Voorbereiden op klimaatverandering


Hoe kan een natuurlijke inrichting van beken ervoor zorgen dat we beter voorbereid zijn op klimaatverandering? Het antwoord op deze vraag heeft wat uitleg nodig:

Klimaatverandering heeft ervoor gezorgd dat we in Nederland steeds vaker te maken krijgen met extremen in het weer. Dit betekent vaker hevige neerslag maar ook langere periodes van warmte en neerslagtekort. Dus meer neerslag maar ook meer droogte? Dat klopt!

Normaliter valt er in een maand een aantal milliliter regen verspreid over meerdere dagen. Het water heeft dan voldoende tijd om in de grond te zakken en kan goed worden afgevoerd via o.a. waterwegen, riool of drainage. Maar door klimaatverandering komen er momenteel ook buien voor waarin dezelfde hoeveelheid water binnen één of twee dagen kan vallen. Onze watersystemen, de grond en het riool kunnen deze kwantiteit aan water niet in één keer aan. Het resultaat is dus ondergelopen straten, akkers die blank staan, en materiele schade. Als water voor overlast zorgt willen we dat het natuurlijk zo snel mogelijk wordt afgevoerd naar een andere plek waar wel ruimte is. Maar stel dat we al dat overtollige water uit ons gebied afvoeren, wat doen we dan als het langer droog blijft? Waterschappen willen er dus voor zorgen dat als er veel regen valt -ook wanneer het met bakken tegelijk naar beneden komt- het kan worden opgevangen en vast kan worden gehouden zodat natuur en landbouw voldoende water heeft.

Ruimte voor water en afvoer vertragen

Het oude watersysteem bestaat uit rechtgetrokken en gemaaide watergangen die snel water af kunnen voeren. Omdat we momenteel water moeten vasthouden en bergen moeten we 1) ruimte maken voor water, en 2) waterafvoer vertragen. Dit doen de waterschappen natuurlijk alleen op de plekken waar er ruimte is.

Ruimte maken voor water doen waterschappen bijvoorbeeld door retentiegebieden te plaatsen waarin water (tijdelijk) kan worden vastgehouden of door overloopgebieden te creëren zodat beken en rivieren kunnen uitdijen wanneer het veel geregend heeft.

Waterafvoer vertragen op plekken waar niet voldoende water wordt vastgehouden kan ook op meerdere manieren; door de beek te laten meanderen (kronkelen) stroomt het minder snel van A naar B. Maar ook het minder ondiep maken van de beek zorgt ervoor dat het water minder grondwater uit het gebied onttrekt. Daarnaast kan ook vegetatie in de watergangen helpen bij het vertragen van de afvoer.

Bij het implementeren van deze maatregelen kijken de waterschappen natuurlijk naar de waterveiligheid en moet er voldaan worden aan de normen.