Generieke Instrumenten




Binnen de proeftuin Instrumentarium worden generiek toepasbare instrumenten ontwikkeld. Deze worden toegepast in de proeftuinen van Zuid en Oost. Zo worden bijvoorbeeld de Waterwijzers Landbouw en Natuur toepast en wordt gekeken hoe ’goed deze werken’. Er word lering getrokken uit de toepassing en de inzichten worden weer meegenomen in de verdere ontwikkeling. De proeftuin instrumenten is dus geen fysieke ruimte.

In pilotstudies gaan we na hoe we deze instrumenten kunnen inzetten om tot een optimale en klimaatrobuuste inrichting van een gebied te komen. Door na te gaan wat er gaat veranderen aan gewasopbrengsten of aan natuurwaarden als gevolg van veranderingen in het waterbeheer kunnen de inrichtingsplannen worden bijgesteld. Ook zijn de instrumenten bruikbaar om te kwantificeren wat er gaat veranderen in de landbouwopbrengst of de natuur als gevolg van klimaatverandering. Als je dat weet kun je nu beslissingen nemen over aanpassing van de gewasrotatie of het waterbeheer.

Coördinator

Rob Ruijtenberg

Rob Ruijtenberg

ruijtenberg@stowa.nl

Project 1: Waterwijzer Natuur

Voor het bepalen van de effecten van waterhuishoudkundige wijzigingen op natuur, worden op dit ogenblik, net als bij de landbouw, drie methodes gehanteerd. Het gaat om DEMNAT, PROBE en NTM. Op dit ogenblik is er vaak discussie over de vraag in welke situatie je welke methode het best kunt toepassen. De Waterwijzer Natuur, die op dit ogenblik wordt ontwikkeld, is feitelijk een beslisboom die helpt bij de keuze voor een van de methoden. Op die manier wordt de methodiek gekozen die het meest accuraat het antwoord geeft op de vraag die je hebt.

De aanleiding voor dit project is een landelijke knelpuntenanalyse natuur die 2011  is uitgevoerd het kader van het deelprogramma Zoetwater een landelijke knelpuntenanalyse. Voor terrestrische natuur is daarbij gebruik gemaakt van het model DEMNAT (Dosis Effect Model NAtuur Terrestrisch). In 2012 is de analyse aangescherpt, waarbij naast modelberekeningen ook gebruik is gemaakt van een literatuurstudie. Op basis daarvan is geconstateerd dat verbetering van de werkwijze van de modellering wenselijk is. Daarnaast is er de wens om in de modellering meer rekening te houden met processen die relevant zijn in relatie tot klimaatverandering, met name wijzigingen in de zoetwaterbeschikbaarheid. Er is behoefte aan beleidsrelevante graadmeters.

Het uiteindelijke doel van dit project is het koppelen van de natuureffectmodellen van KWR en Alterra aan het Nationaal Modelinstrumentarium (en het Waternoodinstrumentarium), zodat deze ingezet kunnen worden bij de analyse van klimaatscenario’s en kansrijke strategieën binnen het Deltadeelprogramma Zoetwater. Het project is een opmaat voor een meer intensieve samenwerking met als doel gezamenlijke analyses van modelresultaten mogelijk te maken.

STOWA, het Ministerie van EZ en RWS Water, Verkeer & Leefomgeving (vml. Waterdienst) hebben gezamenlijk het initiatief genomen voor dit project.

Meer informatie op www.waterwijzer.nl

Project 2: Waterwijzer Landbouw

Een groot aantal partijen w.o. STOWA werkt al enige tijd aan de Waterwijzer Landbouw, een nieuw instrument voor het bepalen van eventuele schade bij landbouwgewassen door te veel water, te weinig water of te zout water.

De Waterwijze Landbouw moet een uniform en breed gedragen methode worden voor het bepalen van klimaatbestendige relaties tussen waterhuishoudkundige condities en gewasopbrengsten, dit ter vervanging van de huidige methodes. De methode moet zorgen voor een betrouwbare doelrealisatie Landbouw in de zogenoemde Waternoodsystematiek, een realistische vaststelling van het gewenste grond- en oppervlaktewaterregime voor zowel het huidige klimaat als het klimaat van de (nabije) toekomst, alsmede voor betrouwbare effectvoorspellingen. De Waterwijzer Landbouw bestaat feitelijk uit een aantal samenhangende modelinstrumenten en de berekeningen met die instrumenten.

Meer informatie op www.waterwijzer.nl