Douwe over Lumbricus


Bodem en water vormen de fundamenten voor ons bestaan. Ze kunnen belangrijke bijdragen leveren aan het realiseren van een reeks aan maatschappelijke opgaven (energie en klimaat, voedselvoorziening en circulaire economie, mobiliteit, leefbare steden, ect.). Voor veel van de transities die hier nodig zijn, is duurzaam gebruik en beheer van bodem, water en land een essentieel onderdeel.

Een veerkrachtig en gezond bodem- en watersysteem en een duurzaam beleid op het gebruik ervan, dragen ook bij aan de doelstellingen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (Sustainable Development Goals). Veel vormen van landdegradatie hebben te maken met het landgebruik en -beheer. Het gaat bijvoorbeeld om afdekking, bodemverdichting en erosie, bodemdaling, verzilting en verzuring, bodemverontreiniging en de daling van het gehalte aan organische stof in de bodem.

Hokjes-denken

Het gebruik van de bodem gebeurt nog te vaak per sector. Daarbij wordt meestal geen integrale afweging gemaakt over het totale scala aan bodemfuncties die de betreffende bodem kan vervullen. Dit kan leiden tot suboptimaal gebruik en onbedoelde schade (afwenteling).

"Het gebruik van de bodem gebeurt
nog te vaak per sector."

De dominante rol van sectorale economische afwegingen heeft er sterk aan bijgedragen dat de bodem op veel plaatsen zijn functies minder goed of zelfs niet kan vervullen. Voorbeelden hiervan zijn

  • Focus op snelle economische winst: 
    De achteruitgang van de bodemkwaliteit en bodemvruchtbaarheid wanneer bij kortdurende pachten wordt gekozen voor gewasrotaties die voor de korte termijn economisch gunstig zijn maar die de bodem snel uitputten en daardoor de bodemgezondheid (en vruchtbaarheid) op lange termijn schaden.
  • Intensief bodemgebruik
    Leidt onder andere tot bodemdaling van slappe veen- en kleibodems. Dit wordt verergerd door het voortdurend verlagen van de waterpeilen in combinatie met het te zwaar belasten van de bodem.
  • Verstedelijking en verstening
    Door verhardingen in het stedelijk gebied kunnen de natuurlijke functies van het bodem-watersysteem niet (optimaal) worden benut

Als het kalf verdronken is…

Vaak is er pas aandacht voor bodem en land als er problemen zichtbaar zijn. Dit gebeurt meestal te laat omdat de bodem een robuust systeem is dat langzaam reageert. Herstel is dan ook een tijdrovende en geldverslindende aangelegenheid. Het oplossen van dit probleem begint bij het kenbaar maken van het probleem en het aanzwengelen van gesprekken over mogelijke oplossingen. Dit is een taak voor zowel overheden als bodemgebruikers. Bij alle stakeholders is een sterk bewustzijn nodig dat het duurzaam benutten van bodem en land -binnen de natuurlijke grenzen van het systeem- aan het begin van de plancyclus moet worden meegenomen. Dit geldt zeker ook voor activiteiten die traditioneel aan landgebruik verbonden zijn zoals de landbouw.

“Bij alle stakeholders is een sterk bewustzijn nodig dat het duurzaam benutten van bodem en land aan het begin van de plancyclus moet worden meegenomen.”

Integraal bodemgebruik

Naast een grondige kennis van (de werking van) het waterbodemsysteem, moet er een visie worden ontwikkeld op meervoudig, duurzaam landgebruik. Hiervoor is natuurlijk afstemming nodig tussen de gebruikers. Alleen op die manier kunnen bodem en landschap optimaal bijdragen aan maatschappelijke opgaven en het bereiken van de SDGs. Een belangrijke veronderstelling daarbij is dat het – zeker op de langere termijn – kosten-effectiever is om gebruik te maken van en mee te bewegen met het natuurlijke systeem, dan om het bodem-watersysteem met technische middelen naar je hand te zetten.

Met het Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020 en de integrale aanpak via de Omgevingswet, zetten het Rijk, decentrale overheden, en het bedrijfsleven in op een integrale benadering en duurzaam gebruik van het bodem- watersysteem. Omdat de eigenschappen van het systeem van gebied tot gebied sterk kunnen verschillen wordt bij voorkeur ingestoken op uitwerkingen op lokaal en regionaal niveau.

“Uitwerking van het Convenant Bodem en Ondergrond zou bij voorkeur op lokaal en regionaal niveau moeten plaatsvinden.”

Kennisprogramma Lumbricus

Het programma Lumbricus is in mijn ogen een hele mooie proeftuin waar dit alles op het gebied van beekdalen samenkomt. Een proeftuin waar we bouwen met het natuurlijk systeem en werken aan een gezond, veerkrachtig en duurzaam functionerend bodem-watersysteem. Waarmee we de gewenste maatschappelijke functies nu en in de toekomst kunnen vervullen: duurzame bodemvruchtbaarheid en voedselproductie binnen een robuust en gezond bodem-watersysteem.

Douwe Jonkers
Coördinerend specialistisch adviseur bodem en ondergrond
Ministerie Infrastructuur en Waterstaat


Douwe Jonkers

Douwe Jonkers
(Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat)